Monthly Archives: December 2002

Onderzoek naar Indische Identiteit IX

December 23, 2002

Ik blijf er over bezig :) maar het onderzoek is dan ook nabij. Vandaag kreeg ik van de onderzoekster in ieder geval al wat achtergrond over het onderzoek, ik zal
er een klein stukje uit quoten om je een beeld te geven waarover het gaat :

het uitsterven van indisch zijn
“In het artikel “Wat is Indisch? Achtergronden van Indische Nederlanders”, uitgegeven door het Indisch Informatiepunt, schrijft Rick van den Broeke dat de tijd zal leren of de daadwerkelijke beleving van de Indische identiteit geleidelijk aan zal uitsterven. Van den Broeke eindigt zijn artikel met de uitspraak dat de kans groot is, dat in volgende generaties de Indische cultuur nog alleen maar in musea en geschiedenisboeken zal worden aangetroffen en er geen sprake meer zal zijn van een levende cultuur.
Ook in het artikel “Why ethnicity? The ethnicity of Dutch Eurasians in the Netherlands” van Marlene de Vries wordt de verwachting geuit dat de Indische gemeenschap behoort tot een uitstervend ras. Nederlands-Indie bestaat niet meer, er is een toenemend aantal gemengde partnerrelaties van Indische Nederlanders met leden van andere bevolkingsgroepen en de groep eerste generatie wordt steeds kleiner. De Vries spreekt over de ongewisse toekomst van de Indische gemeenschap en het ontstaan van een nieuwe etniciteit.

het juist niet uitsterven van indisch zijn
Rick Wolf, verbonden aan het IMES (Instituut voor Migratie en Etnische Studies) in Amsterdam, plaatst in zijn lezing op de Indische Studiedagen in juni jongstleden 2002 vraagtekens bij deze verwachtingen over de Indische gemeenschap. Hij kan zich indenken dat er, juist in deze tijd, wel degelijk een Indisch bewustzijn bestaat bij de derde generatie. De derde generatie Indische Nederlanders groeien op te midden van leden van andere bevolkingsgroepen. Hierdoor zien zij zich meer geconfronteerd met hun etnische afkomst dan de tweede generatie. Daar waar Indische Nederlanders uit de tweede generatie zichzelf moesten afvragen waar zij vandaan kwamen, wordt bij de derde generatie diezelfde vraag al door hun etnisch diverse omgeving gesteld. Dit kan een proces van etnische bewustwording op gang brengen, aldus Rick Wolf.
Op dezelfde Indische Studiedagen waar Rick Wolf bovenstaande uiteen zette, overtuigde ook Esther Captain in haar betoog dat de vrees voor het uitsterven van de Indische gemeenschap wel eens geheel ongegrond kan zijn. Zij bracht de derde generatie Indische Nederlanders in kaart en pleit voor het centraal stellen van de eigen invulling die de derde generatie aan de Indische identiteit geeft.

het onderzoek
In mijn onderzoek staat deze discussie centraal. Ik wil gaan onderzoeken of de derde generatie Indische Nederlanders in Nederland nog enige betrokkenheid heeft met hun Indische identiteit, hoe dat komt en wat zij ermee doen, en hoe zij invulling aan hun Indische identiteit geven in de Nederlandse samenleving. Ook wil ik erachter komen wat Indische jongeren belangrijk vinden aan hun identiteit en wat hun meningen zijn over het behoud en de overdracht van de Indische identiteit.

de generaties
De interesse en het besluit om mijn onderzoek hierop te richten zijn ontstaan door het volgen van bovenstaande discussies tussen de verschillende auteurs en tussen de verschillende generaties Indische Nederlanders. De drie generaties verstaan elkaar lang niet altijd. Het maakt natuurlijk een verschil of iemand het vooroorlogse Indie heeft meegemaakt, de Japanse bezetting aan den lijve heeft ervaren en als vervreemd familielid in het vaderland aan de Noordzee een nieuw bestaan heeft opgebouwd. Oorlog, verplaatsingen en doorgesneden banden met het oude Indie lijken allesbepalend voor de eerste generatie. De tweede generatie heeft daar een eigen draai aan gegeven. Teleurgestelde ouders, vervreemde ervaringen in de Hollandse omgeving, de langgerekte schaduw van de oorlog. Deze thema’s keren telkens weer terug in discussies over de verschillende identiteiten van de verschillende generaties Indische Nederlanders. Nog een generatie verder en we zijn beland in een samenleving die multicultureel heet te zijn en om een nieuw etnisch bewustzijn vraagt. Hoe de jongeren uit deze derde generatie inhoud geven aan hun etnisch bewustzijn, en dit vertalen naar een identiteit, zal het onderwerp van mijn onderzoek zijn.

nogmaals uitsterven versus niet uitsterven
Hella Haasse (Batavia 1918) stelde in een interview dat Indo-europeanen langzaam uit de geschiedenis verdwijnen:

“Ze vormen een categorie mensen die ophoudt te bestaan. Ze dragen het Indie-gevoel, als ik dat zo mag zeggen, nog over aan hun kinderen en kleinkinderen, maar over honderd jaar zullen er geen bewuste herinneringen meer bestaan aan het koloniale verleden”. (Meyer, in Captain 2000:257)

Esther Captain weerlegt in haar boek Vertrouwd en Vreemd (2000) deze uitspraak van Haasse en toont met behulp van haar eigen achtergrond en ervaringen aan dat er bij de derde generatie Indische Nederlanders nog steeds een groot identiteitsgevoel heerst.
Captain stelt voornamelijk dat het “Indische” te vaak in het verleden wordt geplaatst. Een analyse van de berichtgeving in de media, lijkt ook te veronderstellen dat Indische Nederlanders van de tweede en derde generatie niet verder komen dan graven in het verleden. Er wordt talloze keren aandacht besteed aan hoe ze op zoek zijn naar hun wortels, en daarmee wordt de indruk gewekt dat het verleden allesbepalend is voor de positie van de tweede en derde generatie nu (Captain 2000:272). Uiteraard is kennis van de geschiedenis van de Indische Nederlanders in Nederland noodzakelijk, om tot een bewustzijn van een Indische identiteit te komen. Maar volgens Captain gaat het meer om het gevoel dat de derde generatie heeft. De derde generatie kan niet ontkennen dat zij een niet (geheel) Nederlandse afkomst heeft. Captain ziet deze bevestiging in de relaties die de Indische Nederlanders met mensen van verschillende etnische groeperingen onderhouden. Bij deze groepen vinden de Indische Nederlanders aansluiting omdat zij het element van een niet-Nederlandse afkomst delen. Zo ziet Captain het ontstaan van, wat zij noemt, “nieuwe Indische identiteiten”, omdat de derde en vierde generatie bekende en onbekende combinaties laten zien. In de derde generatie zie je combinaties als; Indo-Marokkaans, Indo-Arubaans, Indo-Surinaams, Indo-Indo, Indo-Nederlands, met dito kinderen. Esther Captain sluit af met haar conclusie dat de Indische identiteit door de Indo’s zelf wordt ingevuld en zo vorm krijgt. De Indische Nederlanders kunnen zich desgewenst laten aanspreken op en door hun achtergrond. Zij haalt een citaat aan van Cleintuar, dat dit precies weergeeft:

“Het Indische is optioneel geworden; geen lotsverbondenheid alleen, maar ook wilsverbondenheid”. (Cleintuar in Captain 2000:273)

Esther Captain is historica verbonden aan de Universiteit Utrecht en vanwege haar eigen Indische achtergrond een bekende op dit terrein. Al een aantal jaren houdt zij zich met dergelijke vraagstukken bezig en mede vanuit haar eigen achtergrond kan zij stellen dat de Indische Nederlanders in Nederland zich bewust zijn van hun Indische identiteit en zeer zeker belang zien in het behouden van de Indische identiteit in Nederland.

(de rest weggeknipt)

Het onderzoek zal plaats vinden in deels gestructureerd en deels ongestructureerd interview. Ik moet natuurlijk een un-biased blijven maar ik neig meer naar het
idee van uitsterven van een cultuur dan daadwerkelijk nieuwe opleving daarvan of iets dergelijks. Maar ik heb nog een paar dagen om er over na te denken :)

D66 – Indische identiteit VIII

December 22, 2002

Na Ratelband (indo), Leefbaar Nederland ( waarin de vrije indische partij is opgegaan), Zalm ( indo familie) blijkt nu ook dat de familie van Thom de Graaf (d66) altijd in Indie heeft gewoond. Hij heeft parlementaire geschiedenis gestudeerd en is gespecialiseerd in de dekolonisatie van Oost-Indie…zo lees je nog eens wat.

Radicale gelovigen preken opnieuw haat

December 21, 2002

Op NOVA was weer aandacht voor een aantal imams die echt de meest weirde preken hielden.

Onder andere : “vrouwen mogen alleen naar buiten na toestemming van hun man”, “vermeng u niet met socialisten, liberalen en bemoei u niet met politiek. Politiek partijeen zijn de handlanger van Satan” en heel wat meer (op de site kun je ze horen). Cohen voegde er overigens aan toe dat exact dezelfde shit op de Veluwe gepreekt wordt (zwarte kousen).

Wat wel duidelijk was dat maar een klein deel van de moslims daadwerkelijk buiten de werkelijkheid leeft en dat er maar heel weinig moslim vrouwen zijn die hier enige waarde aan hechten.

Dat neemt niet weg dat er een zooi van die extreem gelovigen rondlopen in Nederland (zowel moslim als christelijk) (als het aan de voorganger van het CDA had gelegen was er zeker niet zoiets als vrouwenstemrecht gekomen) en tjsa…wat moeten we met die mensen (en waarom hebben ze allemaal de pik op vrouwen) ?

Gelukkig zijn het er niet zo veel en tjsa ik kan wel roepen laten we al die extreme gelovigen gewoon met zijn allen in een kamp op de veluwe stoppen ( geen enkele vrouw die daar naartoe wil waarschijnlijk) maar dat is natuurlijk ook weer niet reeel.

Wat wel zo is is natuurlijk dat 90% van de nederlanders dit klinkklare onzin vindt. Wat me wel stoort is dat jan met de pet achter de tv weer gelijk zijn mening klaar heeft over “al die buitenlanders” en dat omwille van een paar van die mongolen. Moslim jongeren voelen die muur hoger en hoger worden en hebben na een paar jaar, volgens Cohen, dan ook soms zoiets van “oke jullie willen mij niet hier dus ik schaar me achter de radicale garde”. Dat zie je ook in Frankrijk bijvoorbeeld, veel moslims uit een grote havenstad (waar moskeeen verboden zijn) leven in een wijk bij elkaar en lopen aan tegen een blokkade in de maatschappij. Veel van die gasten vervallen in extremisme en gaan naar, bijvoorbeeld, Afghanistan.

Er was laatst een documentaire op tv waar men tot de conclusie kwam dat de kern van het moslim terrorisme geboren was in Europa.

Er zijn dus naar mijn mening twee problemen : a) de imams en aanhang die met een iq van 40 totaal van de wereld groepen jongeren aantrekken b) delen van de maatschappij die dezelfde jongeren het gevoel geeft dat die mongolistische imams hun laatste redmiddel zijn.

Het is heel simpel : extreem gelovigen heb je in elk land en in elke godsdienst. Wat mij betreft schaffen we gelijk alle godsdiensten af maar het zal nog wel even duren voordat iedereen begrijpt dat het een grote sinterklaas onzin is dus wordt het schipperen. Dus wordt het isoleren van de hardcore van de extremisten (van welke geloof dan ook) maar tegelijkertijd de potentieele aanhang zodanig perspectieven te bieden of zodanig te communiceren dat ze niet vervallen in het volgen van dergelijke mensen.

Ik probeer echter ook niet te vervallen in de theorie van het leninisme waar geloof/geloven gewoon verboden moet worden (‘opium’)(rusland), dat werkt niet en veel gelovigen zijn gewoon goede mensen die ook goede dingen doen. Ik zou wel verwachten van de overheid ( maar niet het cda ) dat men daadwerkelijk “geloof” gaat de-promoten, zoiets als met die stickers op sigarettenpakjes en dat ook met veel voorlichting van waarom de hele zooi onzin is en wat het aanricht in je brein.

Hmmm… ik ben waarschijnlijk niet liberaal genoeg om iedereen maar te laten geloven wat ze willen en ik sta totaal niet achter geloof-gebaseerde partijeen ben ik dan alleen toegewezen tot het socialisme ? (argh!)

Weisglas in de Volkskrant:

December 17, 2002

In een interview met de Volkskrant laat Tweede-Kamervoorzitter Weisglas zich genuanceerd kritisch uit over het gedrag van de Lijst Pim Fortuyn in de Tweede Kamer. Volgens de Voorzitter hebben vertegenwoordigers van deze partij met hun uitlatingen en hun kritiek op het parlement ‘het aanzien van de Nederlandse politiek het afgelopen halfjaar … geschaad’. Ook de klap van Ton Alblas tegen het hoofd van een fotograaf kon volgens Weisglas niet door de beugel. Daar tegenover staan overigens LPF-leden die de Kamervoorzitter wel hoog heeft zitten, zoals Frits Palm en Harry Smulders.

Ook het door de LPF hoog in het vaandel gevoerde dualisme heeft hij bij deze partij niet teruggevonden: ‘als ik nu zie hoe de LPF-fractie steeds pal achter haar eigen mensen gaat staan, wat ze ook gezegd hebben, dan zie ik geen spoor van dualisme’. Volgens de Voorzitter is het ook niet mogelijk te ruzien en tegelijkertijd je werk goed te doen. Alles bij elkaar genomen spreekt hij zijn zorg uit over een ‘totale vergroving van de omgangsvormen in de politiek’.

Weisglas stemde als enige VVD’er voor de motie-Marijnissen tegen minister Nawijn. Hij vond dat hij als Kamervoorzitter de uitlatingen van deze minister over de Tweede Kamer niet over zijn kant kon laten gaan. Als democraat zal Weisglas elke verkiezingsuitslag respecteren. Wel zal hij opgelucht adem halen als na 22 januari deze manier van politiek bedrijven ophoudt. Weisglas hoopt en verwacht dat het aanzien in de politiek dan weer terug zal keren.

123...»»